Rita Reys

‘Ik ben nooit uitgegleden.’

Deze maand wordt ‘Europe’s First Lady of Jazz’ 87 jaar. Over haar leeftijd praat ze niet graag, wel over het feit dat ze nog altijd zielsgraag zingt en zich nog altijd Young At Heart voelt.

Door Willem Jongeneelen

 Mevrouw Reys is een dame. Ze leeft gedisciplineerd, ziet er altijd uit om door een ringetje te halen en geeft zonder gêne toe geweldig ijdel te zijn. Ze lijkt oprecht verbaasd over alle positieve belangstelling voor haar. Nog altijd, dus ook in 2011, het jaar waarin ze het jubileum vierde 70 jaar op een podium te staan. De in 1924 in Rotterdam geboren zangeres won op zeer jonge leeftijd al alle talentenjachten en werd de rest van haar rijke muzikale leven bedolven onder de prijzen en onderscheidingen. Dit jaar werd Rita Reys voor haar niet aflatende bijdrage aan de jazzmuziek in Nederland door de burgemeester van haar woonplaats Breukelen gekroond tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ontving ze De Gouden Eeuw Award voor haar gehele oeuvre. ,,Het went nooit, geroemd worden. Ik ben steeds opnieuw verrast. Natuurlijk laat het me niet koud, daar ben ik veel te ijdel voor. Er wordt binnenkort in Rotterdam een straat naar me genoemd. Dat is toch leuk?”

 

De eretitel Europe’s First Lady of Jazz werd haar al in 1960 toegekend tijdens een internationaal festival in Frankrijk. Haar naam werd al een aantal jaren eerder gevestigd toen ze in 1956 met Art Blakey’s Jazz Messengers in New York het album The Cool Voice Of Rita Reys opnam en samenwerkte met vele groten der aarde in de jazzwereld, of die nu Dizzy Gillespie, Stan Getz, Lester Young of Jimmy Smith heten. Het was al heel snel duidelijk dat de jonge Rita als meisje de juiste keuze had gemaakt door te gaan zingen. ,,Ik kwam uit een muzikaal nest. Mijn vader was musicus, ma was danseres. Broer Karel werd altsaxofonist en mijn onlangs overleden zusje zong ook. Het lijkt nu wellicht logisch dat ik beroepsmatig ben gaan zingen, juist mijn vader raadde me in het begin af dat glibberige pad op te gaan. Ik zei: je zult wel zien of ik uitglijd. Ik ben nooit uitgegleden. Pa was bezorgd. Ik moest ooit een paar dagen achter elkaar in Breda zingen en verbleef daar in een pension. Als ik dan op een vrije dag geen zin had om naar huis te gaan, dan stuurde ik een telegram dat ik in Breda bleef. Ik zag het niet zitten om voor één dag die brug bij Moerdijk over te rijden en ging liever met een vriendin naar de film. Ik was geen tut in die tijd. Wel een net, zelfstandig kind. Pa kwam dan zelf naar Breda om te controleren of het wel goed met me ging.”

 

Rita Reys heeft altijd goed opgepast. Ze vertelt ook wel degelijk geleefd te hebben en van tijd tot uit de band gesprongen te zijn, maar altijd met mate. ,,Nooit te lang. Ik moest de momenten uitkienen om te kunnen gaan stappen. Ik ben jong getrouwd, met drummer Wessel Ilcken. Ook dat helpt je om niet al te veel gekke dingen te doen. Wessel overleed jong, maar ik ben slechts een paar jaar alleen geweest. Toen ben ik met Pim Jacobs, mijn vaste pianist, getrouwd en dat was helemaal een serieuze man. Sommigen gaan er vanuit dat je destijds in de jazz enorm veel geld verdiende en we dus om moesten leren gaan met die rijkdom. Dat is een misvatting. Ze denken wel die Reys is loaded, maar dat is niet zo! Ik ben nog steeds geen miljonair hoor. Succes blijft iets relatiefs. Jazz is bestemd voor een klein publiek dat er van houdt of dat het snapt. Als mensen iets niet begrijpen, dan vinden ze het vaak ook niet mooi. Ik zeg altijd: massa is de kassa. Ik bedien de massa niet. Ik heb het niet slecht hè, begrijp me goed, maar ik ben nooit massaal binnengelopen. Ik heb een mooi huis, we hadden altijd een mooie auto, maar daar hebben we ook altijd hard voor gewerkt. Ik ben een tevreden mens.”

Rita Reys is nog altijd bijzonder actief. Ze treedt met verschillende begeleiders op. Dat varieert van grote orkesten, bigbands tot pianotrio’s. Het houdt haar bij de les, zo verklaart ze die afwisseling. ,,Dat moet, want ik moet scherp blijven. Aan de andere kant heb ik het ook weer gemakkelijk, want ik blijf toch altijd mijn eigen stijl behouden. Ik houd me vast aan de akkoorden van de pianist en ga vervolgens mijn eigen gang. De rest moet mij dan volgen.” Momenteel zingt ze samen met Beets Brothers in de Nederlandse theaters. De toer van de broers was bedoeld om de 80ste verjaardag te vieren van saxofonist Piet Noordijk. Die overleed echter op 8 oktober, na een kort ziekbed. Reys: ,,Ik kan Piet uiteraard niet vervangen. Ik ben ook geen saxofonist. Wel komt ons repertoire, veelal afkomstig uit The American Songbook, aardig overeen. Ik heb mijn eigen stijl, zoals Piet ook zijn eigen stijl had. Ik heb lang nagedacht of ik de tour zou doen. Ik wilde het uiteindelijk toch proberen. Ik zei: ik kijk het aan. Als de zaal niet vol zit of de mensen vinden het niets, dan blijft het bij die ene keer. Het eerste optreden in Rotterdam was echter een geweldig succes.”

In 2010 verscheen haar, als we goed geteld hebben, 47ste album: Young At Heart. Daarop staan opvallende, door Peter Beets gearrangeerde songs, afkomstig uit vele decennia jazz- en popmuziek. Op de cd spelen naast de begeleidingsband van Ruud Jacobs (broer van Pim) ook tenorsaxofonist Scott Hamilton en organist Thijs van Leer mee. De repertoirekeuze kwam heel spontaan tot stand. ,,Ik vind wat leuk, de band vindt wat leuk en dan proberen we het uit. Ligt het goed, dan doen we het. Zo niet, dan proberen we wat anders. Een vriendin kwam met de titelsong Young At Heart aandragen. Omdat ze de tekst zo op mij van toepassing vond. Daar had ze helemaal gelijk in, al blijft het bij ieder nummer eigenlijk wat je er zelf van maakt. Ik zing ieder lied altijd anders. Er is nooit dezelfde versie. Rita Reys zingt als Rita Reys. Als ze me een stuk voorspelen, dan geef ik er altijd mijn eigen draai aan. Eigenlijk draait alles om teksten instuderen. Als je dat goed doet, dan begrijp je die. Dan moet je wel goed timen. Daar zit het geheim. Ik heb een eigen klankkleur, een eigen aanpak. Dat maakt ieder lied daarna ook een beetje van Rita Reys. Alles wat ik aanpak, werkt vaak, zo is gebleken. Dat weet je nooit van tevoren. In de jaren zeventig maakte ik een aantal bokkensprongen met het zingen van door Rogier van Otterloo gearrangeerd werk van onder meer Burt Bacharach en Michel Legrand. Niet aan beginnen, adviseerden ze me vooraf. Waarom niet?, dacht ik. Het werd een geweldig succes en mijn publiek vele malen breder.”

Ze vertelt dat ze vroeger steeds opnieuw weer verbaasd was als ze weer een talentenjacht won. Was het haar uitstraling, haar timing? Ze heeft er ook na al die jaren geen definitieve verklaring voor kunnen vinden. ,,Het is me blijkbaar gegeven. Ik heb iets dat de mensen boeit of aanspreekt. Naast een paar basis muzieklessen heb ik nooit ergens één les gehad. Dat noemen ze natuurtalent, ik kan het ook niet helpen. Maar alleen met talent red je het niet. Daar hoort ook een ijzeren discipline bij. Ik doe er nog altijd alles aan om in een goede conditie te blijven, mijn teksten goed in te studeren en een prettig mens te zijn. Dat laatste ben ik heus niet altijd hoor. Ik vind het belangrijk om er goed uit te blijven zien. Dat maakt onderdeel uit van de performance. Ik blijf graag slank, maak mezelf op en doe aan gymnastiek. Ik houd enorm van lekker eten, maar wel altijd maar een klein beetje. Dat zit zo ingevreten in mijn gedachtewereld. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ze misschien wel komen kijken of ik het nog wel kan of hoe dat oude mens er uitziet. De sleet zullen ze niet te veel gaan ontdekken bij me. Na afloop vinden ze het nog altijd goed. Ja, dan ben ik trots. Ik snap ook wel dat ik dat alleen maar kan omdat ik zo gezond ben. Natuurlijk ben ik na een show doodmoe, want het kost enorm veel kracht. Maar ik houd van mijn werk en van mijn publiek. Daarom houd ik het vol. Ik zag laatst Toots Thielemans nog optreden. Hij speelde nog prachtig, maar kon amper meer lopen. Dat vond ik wel zielig. Hij zei: als ik doof word, dan kan het niet meer. Ik denk niet dat ik nog op ga treden als ik slecht ter been raak. Mijn gevoel en ijdelheid zeggen me dan dat ik moet stoppen. Dat vermoed ik toch. Of zou ik dan toch nog zo graag zingen dat ik me desnoods met een brancard het podium zou laten dragen? Ik weet het gewoon niet en hoop nooit voor de keuze te worden gesteld.”

In september zat Rita in De Wereld Draait Door met haar interpretatie van de standard How Deep Is The Ocean voor het item DWDD-Recordings. ,,De zenuwen gierden door mijn keel. Ik zong het nummer met alleen een bas als begeleiding helemaal live. Ik ben vaak nog net zo zenuwachtig als toen ik een jong meisje was. Als ik op de bühne sta, dan komt het meestal na 2 à 3 songs wel goed. Het is toch altijd even het publiek aftasten. Jazz staat voor mij voor improviseren. Het draait om harmonieën, contrapuntische zaken in de ritmiek en zoveel mogelijk zelf dingen verzinnen. Dat was vroeger zo, dat is nog altijd zo. Ik vind dat er in Nederland waanzinnige talenten rondlopen in de jazz. In de jaren vijftig was dat nog niet zo, maar we doen het net zo goed als een ander. We denken nog wel vaak als dat kleine landje, maar gelukkig worden steeds meer muzikanten zelfverzekerder.” Rita Reys roemt haar pianist Peter Beets en noemt hem een God van een talent. Ze praat veel met hem over zijn techniek, die ze als waanzinnig omschrijft. ,,Hij zit alleen soms zo vol vuur dat hij dat nog iets meer zou moeten leren beheersen”, aldus de vakvrouw. ,,Er gaat nog wel eens wat fout, maar door mijn routine pak ik het dan snel weer op. Jazz maken heeft met oogcontact te maken, met spanning opbouwen en elkaar vrijheid gunnen.” Ze volgt de hedendaagse jazz nog heel aardig en heeft er ook veel waardering voor. Met popmuziek ligt dat anders. ,,Ik vind het vaak zo verdomde hard. Daar wordt je eng van. Het is zielloos, en daar kan ik niet zo goed tegen. Ik ken er ook niet zoveel, goede popvocalisten. Die ene jongen die nu ziek is, George Michael ja, die vind ik oké. Pop is zelden harmonisch. Daar zit voor mij echter de kracht. Dat is belangrijk. Niet alleen volgen wat de componist verzonnen heeft, maar zelf daar de akkoorden tussen zoeken. Dat is jazz.”

Rita Reys en Beets Brothers 10 december 2011 vanaf 20.30 uur in Chassé Theater in Breda. Voor de pauze brengen de Beets Brothers een eerbetoon aan de Texas Tenors. Na de pauze staat Rita Reys centraal. Bezetting: Alexander Beets - tenorsaxofoon, Peter Beets - piano, Marius Beets - bas, Gijs Dijkhuizen – drums, Rita Reys – zang. Meer data en info: www.ritareys.eu

 

Young At Heart (G. Leigh, J. Richards)

Fairy tales can come true, it can happen to you
If you're young at heart.
For it's hard, you will find, to be narrow of mind
If you're young at heart.

You can go to extremes with impossible schemes.
You can laugh when your dreams fall apart at the seams.
And life gets more exciting with each passing day.
And love is either in your heart, or on it's way.

Don't you know that it's worth every treasure on earth
To be young at heart.
For as rich as you are, it's much better by far
To be young at heart.

And if you should survive to 105,
Look at all you'll derive out of being alive!
And here is the best part, you have a head start
If you are among the very young at heart.

And if you should survive to 105,
Look at all you'll derive out of being alive!
And here is the best part, you have a head start
If you are among the very young at heart.