Louis Rentrop

 

Sinds 1999 fungeert de in Amsterdam geboren, maar in het Brabantse Helwijk opgegroeide Louis Rentrop als webmaster van De Waterput. Dat doet hij volledig in zijn vrije tijd, want de 52-jarige Rentrop is daarnaast als fulltime manager werkzaam in de zorg bij het GGZWNB. Hij combineert zijn werk al jaren met een enorme liefde voor muziek en de inzet voor een groot aantal rockbands en personen, voor wie hij de websites beheert. De Waterput heeft sinds 1983 een speciaal plaatsje in zijn hart. Na woonachtig geweest te zijn in Alkmaar, Amersfoort en Cuyk is hij dat jaar in de gemeente Bergen op Zoom komen wonen. “In de personeelsflat van Vrederust, het ziekenhuis waar ik toen werkzaam was, wisten ze wel waar ik voor mijn muziek moest zijn. Ik trof in de Korte Bosstraat inderdaad een soort Walhalla voor de muziekliefhebber aan. De winkel was groot, je vond er platen die je nergens anders kon vinden en ze hadden toen ook nog kleding die ik regelmatig aanschafte. En dat allemaal in Bergen op Zoom! Geen enkele andere stad waar ik ooit woonde, had een winkel die zo goed gesorteerd was. De eerste plaat die ik er kocht, was vermoedelijk Remain In Light van Talking Heads. Uiteraard kocht ik er vanaf toen ook braaf iedere release van Uriah Heep die uitkwam.” De naam van de band is gevallen: Uriah Heep. Wie Rentrop zegt, zegt bijna automatisch ook Heep.

 

Een fan van het eerste uur, noemen ze zoiets. Voor eeuwig trouw aan zijn helden. Na verloop van jaren is hij steeds dichter in de buurt van de band gekomen en steeds nauwer bij hun werk betrokken geraakt. Rentrop is ook al heel lang de webmaster van de internetsite van Uriah Heep. Dat was hij al ver vóór hij die van De Waterput ging beheren zelfs. “Het is mede door de site van Uriah Heep dat ik bij De Waterput betrokken raakte. Gilly Verrest zag al vroeg het belang van een goede website in en ook de nieuwsvoorziening via een nieuwsbrief is een sterke bron van informatie voor klanten die zich met de winkel verbonden voelen. De Waterput is altijd een winkel met een grote regionale functie gebleven, al had dat met het starten van een postorderbedrijf ernaast wellicht nog groter gekund. Daar is het nooit van gekomen.” Rentrop runt de website in zijn eentje. Hij is bijzonder fanatiek. “Een goede website is vergelijkbaar met een krant. Je moet die constant bijhouden en opfrissen. Iedere nieuwe actie of elk zinvol nieuwtje moet erop. Doe je dat niet regelmatig, het liefst zelfs op dezelfde dagen van de week op dezelfde tijden, dan komen mensen niet snel terug. Dat geldt overigens voor iedere website. Mensen gaan ook niet steeds naar hetzelfde schilderij kijken. Je moet daar dus heel gedisciplineerd mee omgaan. Dat is de sleutel voor een goede website.

 

Het succes ervan is afhankelijk van inhoud en inventiviteit.” Het internet is volgens Rentrop voor veel mensen nu al de belangrijkste bron van informatie. Google noemt hij duizend keer belangrijker dan de Winkler Prins Encyclopedie. “Inmiddels is internet ook de belangrijkste verspreider van muziek. Dat is de grootste bedreiging voor cd-winkels, want behouden de traditionele geluidsdragers daarmee wel hun bestaansrecht? De snelheid waarmee providers het up- en download vermogen verhogen, geeft nog meer mogelijkheden aan de verkoop online. De cd, al dan niet met dvd, wordt dan een soort gadget. Eerlijk gezegd denk ik dat de diverse platenmaatschappijen de cd-prijs voor de consument jaren lang te hoog heeft gehouden. Zeker als je dat vergelijkt met de prijs online. Als de platenmaatschappijen de cd populair had willen houden, dan hadden ze dat eerder moeten inzien. Nu is er slechts de hoop dat De Waterput het als een van de popspeciaalzaken voor de echte liefhebber wel vol kan houden. Het is knap om tegen de stroom in te blijven roeien, zeker omdat het een eenling binnen die wereld is. De ketens zijn trouwens allemaal al afgehaakt, qua muziek. Die richten zich massaal op multimedia. De Waterput overleeft deels omdat ze dat ‘ouderwetse’ vinyl nooit afgezworen hebben.

 

 

De sfeer, het contact met andere klanten, het praten met kenners en de aanraking met het fysieke product, het zou doodzonde zijn als dat allemaal zou verdwijnen. Het sociale aspect van het kopen van een plaat was voor mij altijd iets bijzonders. Dat ging gepaard met spanningen en voorpret. Dat gevoel mag niet verloren gaan. In die zin zouden ze De Waterput onder monumentenzorg moeten laten gaan vallen. Of op zijn minst moeten gaan subsidiëren om dat in stand te houden”, lacht hij met een knipoog. Louis Rentrop is niet voor niets sinds 1983 een trouwe klant van de winkel. De beste plaat die hij er naar eigen zeggen ooit kocht was You Can’t Do That On Stage Anymore (Vol.1) van Frank Zappa. “Ik heb het album zowel op cd als op vinyl. Ik heb Zappa zes keer live zien optreden en iedere keer opnieuw was ik zeer onder de indruk. Op deze dubbellaar staat een prachtige uitvoering van het nummer Yellow Snow. Die bevat geweldige improvisaties van mensen uit het publiek. Die verwerken Zappa op geniale wijze.

 

Zo is er iemand die een eigen gedicht voor wil lezen: I’m A Gardener. Zeldzaam mooi. Bovendien staat de hele plaat vol met ritmewisselingen en muzikale hoogtepunten. Geniaal artiest.” Louis Rentrop is ook bijzonder gecharmeerd van het fenomeen instores en hoe De Waterput zich daarin heeft weten te specialiseren. Ze bezitten volgens hem uitstraling tot ver over de grens. Hij verklaart er regelmatig een bijgewoond te hebben en begon er gedurende de jaren negentig zelfs over te fantaseren hoe hij zijn twee passies kon combineren. “Het zou toch wat zijn als…”, had hij ooit tegen eigenaar Verrest gezegd. In de periode dat Louis Rentrop fan van de Britse rockband werd, had hij nooit verwacht dat de groep de 21ste eeuw zou halen en dat hij op dat moment zo goed bevriend zou zijn met gitarist en bandleider Mick Box. “Op 8 mei 2001 geeft de band een optreden in 013 in Tilburg. Een paar weken van tevoren heb ik de stoute schoenen aangetrokken en Box voorgesteld een kort optreden met signeersessie in mijn geliefde platenzaak te komen doen. Het antwoord moet ongeveer zo geklonken hebben: But of course, my dear friend.

Die 8ste mei was een van de meest spannende dagen in mijn leven. Ik moest de band, die ’s middags aan het soundchecken was, in Tilburg op gaan halen. In de winkel stonden al vanaf tien uur ’s ochtends fans die speciaal vanuit Groningen waren overgekomen. Maar ik moest de band nog wel mee naar Bergen op Zoom krijgen. Het blijven tenslotte rockers, en daarbij weet je het nooit: buikpijn, geen zin meer, vergeten, nog een onverwachte andere afspraak die voor gaat. Allemaal mogelijke zaken die de instore in gevaar konden brengen, spookten door het hoofd. Ik stond stijf van de zenuwen. Maar Box zei na de soundcheck in 013: Okay, let’s go for it. Hij hield woord. Ik had een politieordonnans bij om de karavaan te begeleiden. De bandleden hadden werkelijk geen idee waar ze heen gingen. Al snel kwamen ze erachter dat de winkel niet twee straten verder lag. Met die politie ervóór en erachter scheurden we met een noodgang over de vluchtstrook richting Bergen op Zoom. Na een kleine driekwartier begonnen ze toch wel heel zenuwachtig te doen. Ze vonden de winkel wel heel ver van Tilburg verwijderd. Maar dat kon mij niets meer schelen, er kon weinig meer fout gaan. In de Bosstraat stonden twee bodyguards om hen naar de winkel te begeleiden, de opgebroken straat stond vol en de winkel puilde uit. Het was geweldig. Wat een gekkenhuis. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit een slechtere en kortere instore meegemaakt, maar de rijen mensen die een handtekening en een babbeltje wilden, waren gigantisch.

 

Natuurlijk vond de band dat prachtig. Internationaal waren de reacties shocking. Niemand had verwacht dat Heep zoiets zou doen. De band had daarvoor nog nooit een instore gedaan. Na dit succes hebben ze deze truc zelf meerdere keren herhaald, in megaketens in steden als Berlijn onder meer. Ik kijk er in ieder geval met geweldig veel voldoening op terug. Er staan zelfs foto’s van de instore in De Waterput in het boekwerk van een speciale cd-box die de band in Amerika uitgaf!”