Tinus de Mooij

 

De geschiedenis van De Waterput begint in het jaar van Woodstock. De dan 20-jarige Tinus de Mooij staat aan de wieg van wat later een popspeciaalzaak gaat heten. Maar zo begon het zeker niet. De in Steenbergen geboren De Mooij is al heel jong een ondernemend type. Hij heeft op de MTS gezeten, maar die opleiding nooit afgemaakt. Hij ging vroeg werken, via uitzendbureaus, en slaagde later voor een avondstudie HBS. Ook haalde hij jong zijn rijbewijs en vertrok in de eerste week na het behalen van dat papiertje met zijn zwager Dick naar Marokko. Hij kwam terug met leren riemen, hoeden en nog zo het een en ander. “Daar is de handel mee begonnen. Mijn ogen gingen open; hier de kost mee verdienen, dat leek me wel wat.” Tinus vestigde zich in een klein pand in de Koepelstraat in Bergen op Zoom, dat daarvoor als winkeltje had gediend.

 

Hij gebruikte het pand voornamelijk als groothandel. “Van een winkel was in het begin amper sprake. We verkochten er wel spullen, maar het was de eerste maanden meer een uitvalsbasis voor markten en festivals. Vaste openingstijden hadden we niet. Als we aanwezig waren, dan waren we open. We moesten het hebben van doorverkoop. We zijn begonnen met spullen uit Marokko te importeren, tijdens de carnavalsperiode combineerden we een vakantie met zaken doen in Turkije en Griekenland. Dat begon zich uit te betalen, toen we handel konden slijten aan goede markten in Amsterdam of een mannetje met onze waren naar München stuurden tijdens de Olympische Spelen in 1972.” De ideeën van De Mooij begonnen te werken, en De Waterput, gestart met het geld van zijn op Java geboren vriendin Marion Meijlink, destijds werkzaam bij de ABN, begint langzaam vorm te krijgen. “We verkochten regelmatig spullen op het Waterlooplein in Amsterdam. Daar heb ik de witte elpees ontdekt. Vaak live opgenomen optredens van groepen.

 

Bootlegs. Collector’s items voor fans, die daarvoor vaak alleen verdeeld werden via boekhandels. Ik ben ook daar een groothandeltje in begonnen. Zo ben ik na de kleding ook in de elpeewereld terechtgekomen. Platenbakken waren oude theekisten. Die stonden gewoon op de grond. We pakten de bakken regelmatig op om naar de markt in Zierikzee of naar Pinkpop te vertrekken. In die tijd kreeg je nog betaald door de organisatie van Pinkpop als je daar je spullen kwam verkopen. Na de witte elpees kwamen de importelpees, de zogenaamde ‘cut-outs’. Dat waren partijen overstocks uit Amerika. In de Verenigde Staten wordt met een ander systeem gewerkt. Daar ligt het risico voor de verkoop van elpees bij de platenmaatschappijen, niet bij de platenzaak, zoals hier vaak het geval is. Mislukt een release, dan kunnen de winkels die elpees terugsturen. ‘Recht van retour’ heet dat.

 

De hoes van die elpees werd bewust beschadigd. Met dat sneetje er in konden die in Nederland goedkoop worden geïmporteerd. Door het inkopen en verspreiden van die platen is distributeur Bertus in Nederland groot geworden. Die goedkope importplaten pasten prima bij de strategie van De Waterput. We waren een beetje rebels in die tijd. We schopten graag tegen de maatschappij aan. Dat deden we met het verkopen van andere titels, door veel goedkoper te zijn dan de andere platenzaken en met posters van Che Guevara in de winkel.” Na een paar jaar al verhuizen Tinus en Marion naar de Korte Bosstraat. Het stel woont zelfs nog even boven de winkel, die vanaf 1973 wel gewoon altijd open is en vanuit de Waterputfilosofie moet gaan draaien. “De naam De Waterput is heel bewust gekozen. Dat heeft niets te maken met de mythe dat er ergens een waterput in het pand aanwezig zou zijn. Die is er niet. Het heeft te maken met de betekenissen van een waterput, afkomstig uit de Chinese Bijbel I Tjing, een belangrijke bron voor ons hippies in die tijd. Een waterput is een algemene ontmoetingsplaats van waaruit ook nieuwe (culturele) initiatieven ontstaan, een waterput is onuitputtelijke bron die nooit opdroogt, een waterput voedt het volk, een waterput is een maatschappelijk symbool dat de mens in haar meest primitieve levensbehoefte voorziet, onafhankelijk van welke politieke kleur dan ook. Uiteindelijk heeft het een paar jaar geduurd voor alle ideeën in mijn hoofd vertaald konden worden naar de winkel.

 

In de Korte Bosstraat kon dat, zeker toen we daar nog een extra pand aan de winkel konden toevoegen. We hebben bewust een volledig eigen weg bewandeld in muziek. In het begin deden we weinig tot géén zaken met de grote platenmaatschappijen. Ik liet me niet inpalmen door hun keuzes en hun prijsstellingen. Parallelimport was onze sterke troef. Daarmee zijn we langzaam richting popspeciaalzaak gegroeid. Maar het unieke van de winkel was zeker ook de combinatie met kleding, accessoires, snuisterijen en zo meer. Het idee was een soort miniwarenhuis voor mensen met onze gedachten. Met muziek uiteindelijk als hoofdmoot, maar met alle aanverwante zaken in de ruimste zin. Daar paste, naast sieraden, wierrook, sandalen, henna en Arabische sjaals, toen zeker ook prachtige kleding uit India, China en Afghanistan bij. Je ziet die kleding nu alleen nog in musea hangen. Ik heb heel bijzondere herinneringen aan de handel met Afghanistan. Dat was een prachtig land, vol aardige mensen. Ik krijg elke keer weer kippenvel als ik nu die vreselijke beelden uit dat land op tv zie…

 

In de Korte Bosstraat kon ik mijn ei pas goed kwijt, met apart personeel voor de kledingafdeling en de platenafdeling. Het eerste personeelslid was Ginny, de zus van Marion, de meest bekende uiteindelijk Peter Hordes van de platenafdeling. Een gouden kerel. Nog nooit één kwaad woord over gehoord. Net als ik had hij in de jaren tachtig wat moeite met die nieuwe muziek die opkwam. Ik had moeite het blad OOR nog door te komen. Punk, new wave, het was allemaal niet zo aan mij besteed. Daar kwam Gilly Verrest om de hoek kijken. Hij was jonger en wel met die muziek bezig. Ik snap ook dat, toen hij de winkel uiteindelijk ging runnen, hij met een schone lei wilde beginnen.” Tinus de Mooij maakte in de winkel de opkomst van de cd mee. In die periode moest hij wel met de grote platenmaatschappijen zaken gaan doen. Maar niet van harte, want er zat nog altijd iets van die jonge rebel in de in 1949 geboren De Mooij, die al op 15-jarige leeftijd naar het concert van The Rolling Stones in het Kurhaus in Scheveningen ging en op de brommer naar The Kinks.

 

Tijdens het eerste seizoen De Waterput waren Tinus en Marion ook terug te vinden op het popfestival in Kralingen. “Van al de geweldige bands die er speelden, kan ik me er nog maar weinig herinneren. Wel herinner ik me de slaapzak die we tijdens het bar slechte weer vaak opzochten. Ik ben niet iemand die veel dingen lang bewaart, maar een boek van Kralingen heb ik nog wel.” Op de vraag wat het mooiste album uit zijn collectie is, moet hij lang nadenken. “De eerste elpee die ik ooit kocht, was Gloria van Them. Maar wat het mooiste album is, dat is eigenlijk afhankelijk van de stemming waarin ik verkeer. Doe maar Electric Ladyland van Jimi Hendrix, altijd goed. Maar ik houd ook van roots, Led Zeppelin, blues, soul en, de laatste jaren, wereldmuziek. Ik ben nooit zo voor die favorietenlijstjes geweest. In de winkel hadden we ook geen Top 40, en singles verkochten we niet. Singles waren commerciële dingen voor op de radio. We hadden alleen picture disks of andere bijzonderheden. Dat meningen van klanten door de jaren heen veranderen, daar is Johnny Cash het mooiste bewijs van.

 

Toen ik in de jaren zeventig zijn elpees in de winkel zette, werd me gevraagd of ik van mijn geloof afgevallen was. ‘Hé Tinus, gaan we commercieel worden?’, vroegen ze dan. Omdat de man een hit had gescoord. Dus vonden ze dat in de hippietijd commerciële country. Nu is Johnny Cash een heuse cultheld, onmisbaar voor een popspeciaalzaak.” In 1987 kwam er een einde aan het tijdperk de Mooij in De Waterput. Hij verkocht de winkel aan Amsterdammer Ger Zwaard, die de winkel kort daarna weer overdeed aan Gilly Verrest. De reden waarom Tinus de Mooij de winkel verkocht was exact dezelfde als waarom hij de winkel ooit begonnen was. “Ik ben ooit gestart met de handel voor mijn vrijheid. Ik heb De Waterput ook verkocht voor mijn vrijheid. Natuurlijk, we hadden iets moois opgebouwd, maar de winkel beheerste op dat moment zeven dagen per week mijn leven. Dat is nooit de bedoeling geweest. Ik kreeg een geweldige aanbieding, heb kort getwijfeld, maar de boel wel verkocht. Als ik nu, jaren later, weer eens op reis ben, zie ik onderweg nog altijd nieuwe mogelijkheden. Ook voor De Waterput, als die wellicht iets meer richting de roots van de winkel gaat en die eerder genoemde culturele ontmoetingsplaats blijft. Muziek mag dan wel nog de leidraad vormen, maar daar zul je iets minder afhankelijk van moeten worden.”